top of page
Zoeken

Woede heeft geen goede reputatie

  • Tamara Janmaat
  • 21 jun
  • 3 minuten om te lezen

Wie boos is, krijgt al snel het advies om rustig te blijven. Om eerst even af te koelen. Om het los te laten. Om het niet zo persoonlijk te nemen. Boosheid wordt vaak behandeld als iets wat zo snel mogelijk moet verdwijnen, alsof het een foutmelding is in plaats van een boodschap.


Dat vind ik jammer.


Want onder veel van de gesprekken die ik voer, ligt precies die vraag verscholen: mag ik hier eigenlijk wel boos over zijn? Alsof woede eerst door een commissie moet worden goedgekeurd voordat ze bestaansrecht heeft.


Sommige mensen hebben geleerd hun woede weg te stoppen. Ze slikken haar in, praten eroverheen of proberen haar zo snel mogelijk om te zetten in begrip. Ze worden verdrietig waar ze eigenlijk boos zijn. Ze raken ontmoedigd. Trekken zich terug. Gaan harder hun best doen. Alles om maar niet te hoeven voelen hoe boos ze werkelijk zijn.


Anderen geven hun woede juist alle ruimte. Die zien hun boosheid als bewijs dat ze gelijk hebben. Zie je wel dat het niet klopt. Zie je wel dat de ander fout zit. Zie je wel dat dit niet kan.


Ik herken beide bewegingen.


Wat mij helpt, is het onderscheid tussen woede en wat ik vervolgens met die woede doe.

Woede vertelt mij dat er iets belangrijk is geraakt. Dat er iets schuurt met mijn waarden, mijn grenzen, mijn verlangens of mijn behoeften. Ze wijst naar iets wat ertoe doet. Naar een plek waar leven zit. Naar iets wat bescherming vraagt.


Daarom geloof ik dat woede altijd gerechtvaardigd is.


Niet omdat mijn interpretatie van de situatie automatisch klopt. Niet omdat de ander ongelijk heeft. Niet omdat iedere gedachte die door mijn hoofd schiet waar is.


Woede is gerechtvaardigd omdat ze recht doet aan iets wat werkelijk in mij leeft.


Voor mij is woede daarom geen rechter die een oordeel velt, maar een boodschapper die aanklopt.


De vraag die mij helpt is niet: heb ik gelijk?


De vraag die mij helpt is: wat probeert deze woede mij te vertellen?


Daar wordt het interessant.


Want wanneer ik bereid ben om iets langer bij mijn woede te blijven, ontdek ik vaak dat ze niet alleen komt. Achter de boosheid zit meestal iets wat veel kwetsbaarder voelt. Een verlangen om gezien te worden. Een behoefte aan respect. Aan samenwerking. Aan ruimte. Aan zorgvuldigheid. Aan keuzevrijheid.


Dat zijn niet de dingen die ik meestal als eerste zie wanneer ik boos ben. Op dat moment zie ik vooral wat de ander verkeerd doet. Ik zie wat er niet klopt. Ik zie wat anders had gemoeten. Mijn aandacht gaat naar buiten.


Pas wanneer ik de tijd neem om mijn aandacht weer naar binnen te brengen, ontstaat er ruimte voor een andere vraag. Niet wat de ander verkeerd deed, maar wat er in mij geraakt werd.


Dat blijkt vaak een veel interessantere vraag.


Want op het moment dat ik ontdek wat er werkelijk belangrijk voor me is, verandert er iets. Mijn woede hoeft niet meer alle aandacht vast te houden. Ze heeft haar werk gedaan. Ze heeft me gewezen op iets wat ertoe doet.


Dat betekent overigens niet dat ik vervolgens niets meer hoef te doen. Soms vraagt een situatie om een gesprek. Soms om een grens. Soms om een verzoek. Soms om een duidelijke nee. Soms om actie.


Het verschil is dat die actie niet langer wordt aangestuurd door de hitte van het moment, maar door helderheid over wat ik wil beschermen of verzorgen.


Daar zit voor mij het verschil tussen luisteren naar woede en geleid worden door woede.


Mijn woede kan volledig gerechtvaardigd zijn. Dat zegt nog niets over de manier waarop ik haar uit.


Ik kan schreeuwen terwijl ik eigenlijk verlang naar verbinding. Ik kan verwijten maken terwijl ik gehoord wil worden. Ik kan iemand aanvallen terwijl ik hoop op samenwerking. Op zulke momenten doet mijn woede misschien recht aan iets wat in mij leeft, maar mijn gedrag maakt de kans kleiner dat ik krijg waar ik ten diepste naar verlang.


Daarom probeer ik mijn woede niet weg te drukken. Ik probeer haar ook niet de leiding te geven.


Ik probeer naar haar te luisteren.


Misschien is dat uiteindelijk een interessantere vraag dan de titel van dit artikel.


Niet: is mijn woede gerechtvaardigd?


Maar: wat is er in mij dat zo belangrijk is dat mijn woede ervoor opstaat?


Wil je beter leren luisteren naar wat er onder je reacties leeft? Wil je ontdekken hoe gevoelens, behoeften en grenzen zichtbaar worden in gesprekken zonder jezelf of de ander kwijt te raken?


Op vrijdag 26 juni organiseer ik in Haarlem weer een Proeflokaal Geweldloze Communicatie. Een praktische kennismakingsdag vol oefeningen, inzichten en echte gesprekken. Je hoeft geen ervaring te hebben. Nieuwsgierigheid is genoeg.


Je bent van harte welkom. Er zijn nog 4 plekken. Stuur me gerust een bericht als je wilt weten of deze dag bij je past. Ik denk graag met je mee!


 
 
bottom of page